| Behandeling ammoniakwetgeving 29 januari 2002 | 28-1-2002 |
Brief aan de leden en plaatsvervangende leden van de vaste commissies voor LNV en VROM uit de Eerste Kamer der Staten-Generaal Op 29 januari a.s. behandelt u in tweede termijn de Reconstructiewet, de Stankwet en de Wet ammoniak en veehouderij (WAV). Vereniging Natuurmonumenten, Stichting Natuur en Milieu, ANWB, Unie van Waterschappen, DE LANDSCHAPPEN, Staatsbosbeheer, Vogelbescherming en de vijf provinciale Milieufederaties uit de reconstructieprovincies zijn onaangenaam getroffen door de aanpassingen die u hebt gevraagd ten aanzien de Wet ammoniak en veehouderij. Ten aanzien van deze wet heeft minister Pronk in zijn beantwoording al aangegeven dat reeds vergaande toezeggingen zijn gedaan. Wij verwachten dat met de nu gedane voorstellen van minister Pronk de ammoniakdoelstelling uit het NMP4 niet wordt gehaald. Daarmee is de ammoniakwet ook strijdig met de kamerbrede wens van de Tweede Kamer om de komende jaren een echt Nationaal Natuuroffensief in te zetten om hiermee de kwaliteit van de leefomgeving voor mens, flora en fauna te herstellen en te versterken. Een gezond milieu is de basis voor een gezonde natuur en leefomgeving. Aanvullend beleid zal de komende jaren noodzakelijk zijn. Een verdere versoepeling van de ammoniakwet zal deze noodzaak alleen maar groter maken. Het voorstel van minister Pronk om natuurgebieden kleiner dan 10 hectare in overleg met provincies uit te zonderen van de Wet ammoniak en veehouderij, stuit bij ons reeds op weerstand. Dit geldt al helemaal voor het plan om ook natuurgebieden kleiner dan 25, 50 of 100 hectare hiervan uit te zonderen, waarmee deze gebieden geen bescherming meer zouden krijgen tegen een hoge ammoniakdepositie. Hiermee gaat een groot aantal ‘natuurparels’ verloren. In Twente en de Achterhoek komen bijvoorbeeld juist zeer hoge natuurwaarden voor in relatief kleine natuurgebieden. Overigens benadrukken wij dat landbouwbedrijven in ammoniakzones niet op slot gaan, maar onder voorwaarden nog steeds kunnen uitbreiden in aantal dieren. Dit zal nog sterker het geval zijn als binnenkort stallen op de markt komen die ammoniakemissie uitsluiten. Gezien het succes van eerdere opkoopregelingen voor vee en stallen, pleiten wij ervoor dat de Eerste en Tweede Kamer er bij de regering op aandringen snel een nieuwe, derde tranche open te stellen. Anders dan de vorige opkoopregelingen zou deze zich moeten toespitsen op intensieve veehouderijbedrijven op minder dan 1000 meter rondom de Ecologische Hoofdstructuur (met nadruk op de eerste 250 meter) en in de extensiveringsgebieden binnen de reconstructie. Er ontstaat zo, naast minder milieudruk op de bestaande natuur, ruimte voor extensievere veebedrijven, nieuwe natuurgebieden, waterberging en recreatie. Voor de beoogde opkoop en extensivering verwijzen wij ook naar het begrip betaling voor ‘groene diensten’ dat in het kader van het Structuurschema Groene Ruimte-2 wordt uitgewerkt. Vele natuur- en milieuorganisaties zijn in alle reconstructieprovincies al met grote inzet en voortvarendheid in samenwerking met andere partijen gestart bij de planvorming en uitvoering van de reconstructie. Wij achten het van groot belang dat de Reconstruc |
|
Klik hier voor het nieuwsarchief. | |